Het is winter, ga toch snoeken! Raymond Hakkert

KWO Redactie
ga-toch-snoeken-raymond-hakkert—grote-snoek

Hofmeister vroeg mij laatst of ik een paar redenen op wilde schrijven waarom je als karpervisser in de winter zeker ook eens moet gaan snoeken. Laten we wel wezen, als karpervisser mag ik zelf nog immer graag in de winter een ijsklomp van een karper vasthouden. Echter na jaren winterkarperen begon er eind 2011 iets te knagen, ik had er even helemaal geen zin meer in.

Er is meer dan karpervissen, zeker in de koude wintermaanden…

Sindsdien heb ik het roofvissen en met name het doodazen in de winter opgepakt, zo ben ik ondertussen alweer aardig wat jaren aan het snoeken geslagen. Zo krijg ik elk najaar keuzestress en neemt de snoekkoorts eind november, wanneer de groenjassen vetter en fotogenieker worden, de overhand.

Want het onder zien schieten van de driftende dobber of het wegschuiven van een doodaaspencil kan weinig tegen op qua kick. Je wordt er ter plekke warm van! Bij de gedachte dat we weer een gehele winter voor ons hebben ben ik meteen ook niet meer te houden. Heerlijk, naar buiten met een druppel aan de neus! Genietennn!

Ijskoud, maar wat een prachtige kleuren zo in de winter!

Waarom snoeken?!

• GA NAAR BUITEN! Je wordt als visser toch depressief van dat binnen zitten, frisse lucht en daglicht zorgen voor een positieve stemming.

• Je hoeft (naast wat extra gereedschap, wat staaldraad, dreggen en wat dobbers) geen nieuwe set hengels, molens etc. aan te schaffen. Je karpergerij voldoet prima als doodaas set-up. Helemaal als je voorkeur uitgaat naar een statische aanpak.

• Het is weer eens wat anders, alleen maar karperen stompt af. Je verschiet daarbij vaak je kruit en motivatie na een winter aankloten op karper. In het voorjaar sta je daardoor niet op scherp, één van dé mooiste karperperiodes! Daarbij vang je in het voorjaar vaak in een paar nachten al meer vis dan de hele winter daarvoor.

• Na een winter doodazen ben je dat ook wel weer zat en heb je extra zin en motivatie (in tegenstelling tot jouw winterharde en half bevroren maar murw geblankte karpermaat) om aan een nieuw karperseizoen te beginnen. GAAN!

• Je kunt beide aspecten (snoeken en karperen) zelfs tegelijk doen. Ik noem het Snarpen. Een vastloodstok naar links op karper en eentje met een dode vis naar rechts, al dan niet met een dobber en je hebt het beste van twee werelden!

• Karpers zijn mooi in de winter, maar tegen een schitterend in tijgervel gehulde moddervette meterdame kan weinig op hoor. In de winter gaat mijn voorkeur dan ook uit naar die krokodillendames. Noem het ‘vreemdgaan’.

Nu ik in mijn enthousiasme ons karpervisserlegioen oproep deze winter lekker te gaan snoeken moet ik daarbij toch ook even streng zijn. Lees onderstaand daarom zeer aandachtig door:

Ga niet doodazen zonder een lange onthaaktang!

Voor een ieder die nu van plan is deze winter te gaan doodazen, bekijk s.v.p. eerst even naar dit onthaakfilmpje en in die grote muil met zijn 800 tanden. Durf je dat aan? 😉

Veel beginnende doodaasvissers staan vaak (as we speak) met de bek vol tanden wanneer er plots zo’n grote croc en dito gebit op de mat ligt. Heb je een minstens 28cm lange onthaak- en dito kniptang naast je onthaakmat klaarliggen? Nee? Begin er dan niet aan! Dat onthaken ga je écht niet redden met die roestige korte tangetjes uit de gereedschapkist van je opa. Denk nou niet dat die snoeken allemaal zo netjes in het lipje gehaakt zijn, ook niet als je netjes binnen de 5 seconden aanslaat. Vaak zit die dreg ergens diep in de bek. Je loopt dan ook een flink risico de snoek én jezelf ernstig te beschadigen. En geloof me, een pleistertje is dan niet afdoende! 😉

Gebruik een stalen onderlijn van minstens 60cm!

Die 30 en 40cm staaldraadjes, welke nog door vele vissers worden gebruikt en nog erger verkocht door firma’s, zijn gewoon écht te kort en niet meer van deze (doodaas)tijd!

Beter te lang dan te kort is het motto!

Ik zal proberen uit te leggen waarom je lange onderlijnen en tangen nodig hebt: Wanneer je gaat doodazen maak je altijd kans op (zeer) grote exemplaren waarvan de bek zomaar 30cm of dieper is. En geloof me, dat is echt een diepe waffel. En denk nou niet dat je die niet vangt. Juist met dat doodaas zet jij je pijlen op 100+cm vissen. Wees daarop voorbereid!

Zo zitten ze helaas niet altijd…

Zo’n muil schuift met gemak over je aasvis heen en al snel (ook al sla je binnen de 5sec) zit een dreg bij een flinke snoek diep. Wanneer je binnen 5 seconde aanslaat heb je zeer weinig kans op slikhaken, dat is een feit. De reden dat ik een lange stalen onderlijn gebruik is dat de dreg vaak in het gehemelte zit. Bij een flinke metervis betekent dit al snel dat je een flink deel van je onderlijn in de bek kwijt bent. Wat je overhoudt zit aan de buitenkant van bek. Het is een misvatting dat de buitenkant van de bek geen gevaar vormt voor het doorschuren van je gevlochten- of nylonhoofdlijn! Als je onderlijn dus te kort is gebeurt het snel dat de minder schuurbestendige hoofdlijn met gemak doorgesneden wordt door de scherpe kieuwranden.

Dan nog iets; een snoek draait tijdens de dril vaak om haar eigen as, de onderlijn rolt hierdoor mee óm de buitenkant van de bek of kop heen, met als gevolg dat de kwetsbare hoofdlijn nóg sneller in aanraking komt met de scherpe zijkant van de kieuw of in de war raakt met de bek vol tanden. Pats! Weg snoek! Dáárom moet je dus stalen onderlijnen gebruiken van 60cm plus. Je hebt die extra buffer echt nodig!

Wat een prachtige beesten!

Nog even 3 tips vanuit mijn eigen ervaring

TIP 1: Heb je nog diverse van die kant en klare 30cm ‘shit’ liggen, verbind deze dan met een stevige (karper)connector of splitring aan elkaar, dat gaat prima! Bijkomend voordeel; het onderste deel kreukelt vaak na het vangen van een vis en kun je dan makkelijk even vervangen.

TIP 2: Na jaren doodazen ben ik achter een feit gekomen; je hoeft echt niet meer dan 1 flinke dreg te gebruiken. Het is vaak ook killing en een hele toestand om meerdere dregs uit een snoekenbek te krijgen. Hou het gewoon bij een robuuste dreg in de rug van de dode vis, ook statisch op de bodem. Klaar!

TIP 3: Hou jezelf scherp, ga niet zitten chatten, hou je dobber in de gaten. Je mag deze echt geen 10 seconden uit het oog verliezen. Kun je dat niet? Ga dan statisch vissen (schuivend), dat is dan echt veel veiliger. Piep is beet!

Ook bij het snoeken neem je natuurlijk een onthaakmat mee, maar dat wisten wij karpervissers allang 😉 Kortom: Heb je je materiaal niet in orde? Ga dan niet snoeken! Het beste is als je eerst eens een keer op pad gaat met een ervaren snoekvisser, dan kun je ook meteen ervaren of het echt wat voor je is.

Bedankt namens Esox lucius!

Raymond Hakkert

P.s. mocht je interesse stiekem gewekt zijn en wil je wat meer lezen en bekijken over roofvissen en in het speciaal vissen op grote snoek? Check dan ook onze nieuwe website Roofmeister.nl, deze staat boordevol met alles wat je wilt weten over vissen met tanden 😉



Er zijn geen reacties

Voeg je reactie toe