IJskoude euforie: De Oude Schub van het Kempisch Kanaal – Raf van Opstal

KWO Redactie
https://karperwereld.nl/wp-content/uploads/2018/12/kempisch-kanaal-raf-van-opstal-winter-vissen-1-1050x700.jpg

Er is geen waterstelsel in de Benelux waar vaker over geschreven is dan het Kempisch Kanaal. Mede hierdoor heeft het een grote aantrekkingskracht op vissers uit heel Europa. Ook onze Belgische vriend Raf van Opstal is verknocht aan dit taaie kanaal en vist er al ruim 20 jaar op de geslepen bewoners. Karpers die de valstrikken van ons vissers als geen ander weten te ontwijken...

De afgelopen maanden gebeurde er iets bijzonders. Raf zette namelijk zijn jacht voort op een unieke schubkarper. Een vis die hij 18 jaar terug al op de korrel had en nu écht eens over het netkoord moest gaan glijden. Ga in dit artikel op avontuur met deze rasvisser en pik de tips mee die hij tussen de regels door deelt...

Raf neemt ons mee naar een koud avontuur dat bijna twee decennia's terug begint...

Raf aan het woord: We gaan 18 jaar terug in de tijd. Stijn Borghmans, een goede visvriend van mij, beviste toen nog maar net een stukje van het Kempisch Kanaal en ving er tijdens een van zijn eerste sessies meteen al een karakteristieke oude schubkarper van net over de 20kg grens. Destijds hadden wij beiden nog geen flauw idee welke geheimen dit pittoresk stukje kanaal in petto had en ik besloot hem wijselijk versterking aan te bieden in de komende sessies.

Het eerstvolgende weekend bevond ik me meteen al, vol enthousiasme, aan de oevers van dit tamelijk kleine kanaaltje. Ik besloot het erop te wagen tegen de sluis, aangezien Stijn in het middengedeelte een voerstek aan het opbouwen was. Ik was erop gebrand om diezelfde schub als Stijn eens te mogen vangen. Een veertiger was voor die tijd namelijk een hele uitzonderlijke vis!

Nadat Stijn deze schub ving wist ik "deze vis MOET ik vangen"...

De sluisstek bood me tal van interessante plaatsen, zoals enkele grote ondieptes die weelderig begroeid waren met waterlelies. Accuraat wierp ik de eerste hengel tegen het randje van een bedje waterlelies aan. Ik begon iets later de tweede hengel op te stellen en tot mijn verbazing liep hengel nummero uno al af!

Ik was erop gebrand om diezelfde schub als Stijn eens te mogen vangen.

Ik keek meteen naar de overzijde ter hoogte van de waterlelies en zag een enorme boeggolf door de plantenmassa heen beuken. Net op het moment dat er een oude man met een hondje aan de overkant stond, waarvan het pluizige dier op zijn vertrouwd gemakje zijn dorst aan het lessen was. De harige viervoeter werd brutaal opgeschrikt door de aanstormende vloedgolf. Het beestje zette het dan ook meteen op een lopen en de oude man was even zoet om zijn trouwe vriend terug te zoeken in het achterliggende bos.

Het Kempisch Kanaal, een legendarisch karperwater!

Ik stond op mijn beurt perplex door de snelle aanbeet. Het was een ware vechtersjas hetgeen krakend carbon ten gevolge had. Gelukkig was zijn enorme krachtexplosie van korte duur en kon ik even later het net onder mijn eerste vis van het stuk schuiven. Een bak van een vis en goed voor 21,2kg spiegelvlees. Goed nieuws ook voor Stijn, want hij had bij deze ook een nieuw target. Hierbij waren de kaarten mooi verdeeld en hadden we ieder onze eigen doel op het kanaalstuk.

Stalker!

Diezelfde nacht bleef het muisstil en ik besloot in de ochtend tegen de sluis aan het andere uiteinde van het kanaal een poging te wagen. Die stek was bijna identiek te noemen als de vorige, alleen stonden hier houten steigers tegen de sluis waar ik uit ervaring maar al te graag een hengeltje durf neer te ploffen.

Het KK trekt vissers aan uit heel Europa...

...ook Darrell Peck beviste het kanaal al meermaals!

De volgende ochtend werd mijn schoonheidsslaapje bruusk onderbroken door een fluiter op de steigerhengel. Deze voelde bij het opnemen van de hengel ook weer meteen aan als een beste vis. Even later mocht ik heel kort een schim van mijn tegenstander aanschouwen. "Amai, hij lijkt wel heel erg op die veertiger van gisteren" dacht ik nog bij mezelf. Toen hij even later op de mat lag, bevestigde dit ook mijn vermoeden. Kut! Dezelfde vis als gisteren! Daar hou ik niet zo van.

Kut! Dezelfde vis als gisteren!

Ik zette de vis dan ook meteen terug in zijn element zonder foto’s te nemen. Overigens had Stijn ‘zijn’ schub ook al voor de tweede maal in zijn net weten te loodsen. Ik besloot het er even bij te laten om een maandje later nog eens een poging te wagen.

Een foto genomen van een Kempische sluis. Plekken waar al véél vissers hebben gestaan...

Hernieuwde poging

Later die maand kwam ik terug voor een weekendje. Eerst ging ik even langs Stijn voor een pintje en hij vertelde dat de grote spiegel (alias ‘Den Tijger’, zoals hij nadien genoemd werd) nog steeds niet bij hem langs was gekomen! Stijn legde zich iets meer toe op de sluisstukken om meer kans te maken op Den Tijger terwijl ik dat weekendje lekker in het midden ging zitten, ver weg van mijn gevinde stalker.

Diezelfde nacht ving ik verschillende vissen waaronder ééntje tijdens de dril weer veelbelovend aanvoelde. Ik stond met knikkende knieën langs de oever een gevecht aan te gaan met een onbekende tegenstander terwijl mijn hoofdlamp op het water gericht bleef om bij de eerste gelegenheid al een glimp van de vis te kunnen opvangen. Ik zag een grote geelachtige schim stilletjes richting de oppervlakte verschijnen… Nog steeds onduidelijk of het om een spiegel of schub ging. Mijn ongeduld werd al snel afgestraft toen ik de eerste duidelijke kenmerken van Den Tijger onder mijn hengeltop zag zwemmen.  “Help…ik word gestalkt! Hoe is dit in godsnaam mogelijk?” dacht ik bij mezelf…

Den Tijger, een spiegel die tijdens 6 opeenvolgende sessies op de mat kwam... #ongelooflijk

En als je denkt dat het niet erger kan: later dat jaar viste ik nog tweemaal op het kanaalstuk en tijdens beide trips kwam de gulzige rakker op mijn mat. Dat maakte dat ik haar 6 keer in 6 sessies mocht verwelkomen. Bizar!

Pas het jaar er na wist Stijn uiteindelijk vakkundig Den Tijger te strikken en zo zie je kleine dingetjes toch veel invloed in onze visserij kunnen hebben. Zowel Stijn als ikzelf zat in een vicieuze cirkel waarbij we telkens dezelfde vis vingen! Zou het ooit nog goed komen met mijn onbereikte doel: het vangen van de oude schub?!

Uiteindelijk wist Stijn ze allemaal vakkundig te landen waaronder ook deze nieuwe speler de leder spiegel.

2018…

Jaren verstrijken en vooraleer ik het goed besef sta ik nu 18 jaar later weer aan de oevers van dit kanaaltje. Door de jaren heen is er veel veranderd op dit stuk. Den Tijger is inmiddels verdwenen maar er zijn ook enkele nieuwe veertigers gevangen. Het toeval wil dat het steeds om vissen ging die op doorreis waren en ‘reizigers’ genoemd werden onder de locals.

Veertigers als deze houden de Belgische kanalen razend interessant.

Deze migranten doken op éénzelfde jaar enkele keren op om dan het jaar later op een ander stuk hun toevlucht te zoeken. Echte ‘sluishoppers’ dus! Het bizarre was, dat ik 3 van de 4 gekende veertigers op dit stukje kanaal, al eens elders  had kunnen strikken.

Een van de 'reizigers' op het stuk.

Ik had dus blijkbaar weinig gemist tijdens al die jaren. Buiten die oude schub dan, een vis die altijd wel ergens diep verborgen in mijn gedachten aan mijn geweten bleef knagen. Hij moest nu inmiddels wel ruim 40 jaar oud zijn en hiermee ook de oudste gekende vis van heel het Kempisch Kanaal zijn.

Het volgende speelde eveneens al een tijdje door mijn hoofd: vroeg of laat kon de vis wel eens de geest wel eens geven. Liever laat als vroeg natuurlijk, maar het zou toch een grote teleurstelling voor me zijn geweest, mocht hij er plots het bijltje bij neerleggen.

Want ruim 20 jaar zou hij dan voor mijn deur gezwommen hebben, gelabeld als een stokoude ware icoon uit de Belgische karper geschiedenis! Een verscheurende gedachte dat ik niet langer meer kon blijven negeren voor mezelf. Te lang heb ik gewacht om de draad weer op te pikken waar ik 18 jaar geleden gebleven was.

De iconische Darek Harrison met De Oude Schub in de zomerperiode.

Daarboven maakte deze vis het afgelopen jaar rare  gewichtsschommelingen door. Hij zag er telkens wel goed uit wanneer ik hem zag passeren via de bekende sociale mediakanalen. Maar het verontrustte me ergens. Ik hou niet van onverwachte snelle gewichtsschommelingen bij oude vissen. Vaak duidt dit het einde aan van al die prachtige jaren die zij ons geschonken heeft.

Dit jaar moest het gewoon gebeuren. Ik leg mezelf op om het nu grondig  aan te pakken en het niet af te geven als een tweede slappe poging zoals ik dit in het verleden al eens gepresteerd had.  Uiteraard voorzag ik de winterperiode als de ultieme periode om deze gigant te lijf te gaan. De ultieme gedurfde droom, om niet enkel de vreugde en opluchting te mogen voelen om me eens met de vis te mogen vereeuwigen op de gevoelige plaat, maar nog eens het voorrecht te hebben om hem tijdens zijn meest glorieuze moment van het jaar te mogen aanschouwen.

Een veertiger van het desbetreffende stuk van een aantal jaren terug.

Geen makkelijk plannetje

Een gedurfd plan, want ‘s winters valt dit water bij de eerste vorst zo dood als een pier. Met slechts een bestand van een 25 tal vissen en een leger van vissers die ook hun pijlen op deze vis hadden gericht wist ik dat ik mijn borst nat kon maken.

Midden oktober, net voor mijn sessie naar Oostenrijk, maak ik 2 verkenningsnachtjes om al een eerste indruk te krijgen van wat er zich af speelt in en rondom het water. Tijdens de eerste avond constateer ik meteen een enorme domper. Namelijk dat 4 (!) vissers hun geluk op de eerste 300 meter van het stuk aan het beproeven zijn: het is gewoon te gek voor woorden. Vroeger was de regel: als er 3 man zat, dan zat het VOL.

Er worden soms hele vreemde vangsten gedaan aan het Kempisch...

Heeft dit te maken met de jongere generatie die opgegroeid is met de talrijke betaalwateren die Frankrijk rijk is? Een generatie waarbij men bijna letterlijk en figuurlijk bivvy aan bivvy zit? Rigs die op een vijftal meter naast die van de buurman worden gelegd, het lijkt gemeengoed tegenwoordig. Maar goed: “Leven en laten leven” is mijn motto.

Alleen jammer dat sommige van deze generatie niet de switch kunnen maken met de werkelijkheid en zich niet flexibel kunnen aanpassen aan deze totaal verschillende visserij waarin ze zich nu bevinden. Misschien een gebrek aan ervaring? Soit, ik zie geen teken van leven rechtover deze jongens en zoals het maar al te vaak wil treffen, merk ik net buiten de laatste visser de eerste modderwolken op in het water van azende vissen.

Jimmy Nagels maakte ooit deze foto in juni. Ook op het Kempisch komen de vissen tot werkelijk IN de kantjes!

Dit tafereel heb ik al zo vaak gezien en begint stilaan zo cliché te worden. Ik maak mijn wandeling langs het pad verder af en constateer telkens dezelfde taferelen. De weinige vissen die ik zorgeloos aan het azen zag, bevonden zich steeds tussen de vrije ruimte van 2 vissers in. Ik wist genoeg, het was me inmiddels duidelijk geworden in hoever de stress en argwaan onder de vissen geëvolueerd was in de loop der jaren.

Accuraat de hengels vanaf de eerste keer goed presenteren is een must!

Ik besluit om niet op een traditionele (voorzichtige) wijze wat aan te klooien hier.  Meteen vol gas geven is wat ik ga doen, maar wél met alles tot in de puntjes uitgedacht. Ik neem plaats op de stek waar ik 18 jaar geleden als eerste voet aan wal zette op dit watertje. Ik ga voor een aanpak om eventuele aanwezige vissen zo min mogelijk te verstoren en de indruk te creëren alsof het om een niet beviste veilige plaats gaat voor onze alerte vrienden. Ik maak beredeneerd gebruik van een lichter type lood.

Accuraat de hengels vanaf de eerste keer goed presenteren is een must om de impact tot het minimum te herleiden. Voeren doe ik niet met volle handjes tegelijkertijd; ik wandel het pad voorzichtig af, op de puntjes van mijn tenen, en werp elke 10 meter één enkel klein bolletje verspreid over 80 tal meter. De lijntjes worden mooi strak tegen de grond gehouden door middel van een schuifloodje op de hoofdlijn en tegen het kantje laat ik nog een bijkomend back leadje zakken.

Vol vertrouwen ga ik mijn eerste nacht in maar het blijft lang verontrustend stil. Rond 4 uur breekt de hel goed los en belanden er 3 vissen op de mat. Er zit meteen al een prachtige donkere spiegel tussen van net geen 20kg.

Geen slechte start...

Een veelbelovende start en het weekend erop besluit ik mijn tweede en laatste nachtje voor mijn trip naar Oostenrijk te doen en meteen ook het allerlaatste nachtje vooraleer mijn winteroffensief van start moest gaan. Dezelfde tactiek bleek die nacht ook weer te werken en ik kan nog 2 vissen extra op mijn naam schrijven.

De trip naar Oostenrijk was er eentje om niet snel te vergeten. Klik op de foto om het verhaal achter deze 'fish of a lifetime' te lezen.

Dat smaakt naar meer!

Inmiddels is het half november en ben ik net terug uit Oostenrijk. Meteen ga ik het stuk weer verkennen voor het aankomende weekend. Wanneer ik mijn bus parkeer langs het water, valt het contrast me meteen al op vergeleken met een maand geleden. De winter heeft duidelijk haar intrede gedaan! Het water vertoont een kille doodse blik. Nergens valt er nog een klein visje te spotten aan de oppervlakte. Dit was precies wat ik al die tijd al voor ogen had voor mijn winter sessies.

Ook in Oostenrijk was het #genietengeblazen

Ik wandel die week dagelijks het stuk af en bespeur nergens nog een modderwolk van azende vissen. “Dit ziet er niet echt goed uit”, denk ik bij mezelf. Ik besef nu dat de standaard bottom baits en grondvoer een te grote inspanning vereisen voor de vissen om bij deze lage watertemperaturen nog ettelijke vierkante meters in het slib liggen te filteren en om te woelen op zoek naar voer. Ik moest voor een snelle gemakkelijke hap zorgen… Ik denk er diezelfde week rustig over na, over wat de meest effectieve aanpak zou zijn in deze nieuwe situatie.

In de wintermaanden kies ik graag voor een klein formaat boilie, meestal 10, 12 of 14 mm.

Het volgende weekend moet ik zaterdags nog werken en kan ik pas een klein uurtje voor het duister van start gaan op de zaterdagavond. Er zitten 5 vissers en ik sta ergens in het midden van het stuk langs de oever mijn hoofd te kraken over waar ik me moet neerploffen. Het is immers de officiële allereerste nacht van mijn winteroffensief op de schub.

Twijfelachtig tuur ik het stuk af op zoek naar een ingeving. Verderop zie ik een dertigtal watervogels duiken om wat lekkers van de bodem af te scharrelen. Het past in mijn plaatje. Een stek die een ganse dag door vogels omgewoeld is wordt zo een bron van makkelijk te vinden voedseldeeltjes die bovenop de sliblaag komen te liggen.

Ik besluit om de vogels goed te bekijken want voor hetzelfde geld halen deze gevederde diertjes alleen maar boilies naar boven van een vorige karpervisser. Dan zou deze zone uiteraard een no-go-area worden.

Maar ik heb geluk: het zijn kleine plantenresten die er worden opgevist. Ik waag het erop! Snel de hengels optuigen en in het kader van 'zo min mogelijk verstoring' wordt er ééntje voorzien van een chodrig en vis ik de andere met een bottom bait. Slechts een handje boilies voer ik verspreid in de zone en daarmee ligt alles op scherp.

"Was het nog wat?"

Om 3 uur ‘s nachts loopt de hengel met de chodrig af. Het resultaat is een kleinere schub maar hij (of zij) zorgt wel voor een mentale overwinning voor de gemaakte keuzes. Om 8 uur word ik gewekt door een berichtje met de vraag “was het nog wat vannacht?”

Een (hele) frisse ochtend aan het Kempisch kanaal...

Ik typ de woorden in dat ik één kleintje heb en bedenk mezelf dan dat het altijd nog kan. Ik delete de tekst en sta op het punt om de zin “tot nu toe al ééntje” af te maken en vooraleer ik dit kan versturen krijst mijn ontvanger mijn voorgevoel uit. RUN!

Een killer, zeker in de koude wintermaanden!

Ik spurt naar mijn hengels en wederom is het de hengel met de chod. Ik pik de hengel op en werp het net op mijn schouder. De 'schepzak' staat stokstijf van de vorst en is voorzien van tientallen vastgevroren bladeren. Brrrr, er staat een venijnig koud windje welke me nog maar eens doet beseffen hoe lekker warm ik zojuist lag  ;-)  Maar goed, bibberen hebben we natuurlijk graag over voor een vis van 't Kempisch. Een karper die overigens zeer goed aan voelt. Sterker nog: mijn gevoel zegt me dat dit maar één vis kan zijn…

Het in de gaten houden van de watervogels kan lonend zijn in de koude maanden...

De Oude Schub? Nu al?!

Ik kan het haast niet bevatten, dat het hem al zou zijn tijdens de éérste nacht. Er speelt van alles door mijn hoofd. Deze mag ik echt niet verspelen… Komaan man. Laat u zien en geef u over. Het lijkt een eeuwigheid te duren maar dan opeens verschijnt de vis aan de oppervlakte. Miljaar… het is hem, het is de oude schub en WOW wat ziet hij er vet en goed uit!

Ik werp het net in het water en sta nog even te vloeken wanneer ik besef dat het net niet snel genoeg ontdooit naar mijn goesting. De vis ligt namelijk al klaar om het netkoord te passeren. Ik neem het risico niet en wacht tot dat verrekte ding ontdooit is. Zodra het net weer soepel is onderneem ik meteen actie en weet ik de vis vakkundig te netten. “YES!”

De kanaalstrijder vult de mat vrijwel volledig...

Mijn lichaam ontploft bijna door de enorme dosis testosteron, iets dat helpt om de vis naar de mat te tillen. "Goh, wat is hij zwaar!" Als een klein jongetje, helemaal buiten adem, kan ik even later mijn droomvis bekijken op de mat.

Dit gaat rond de 30kg zijn!

Over het gewicht heb ik al een klein vermoeden… Dit gaat rond de 30kg zijn! Voorzichtig schuif ik hem in mijn recovery sling en til het gevaarte op. 30,3kg luidt het verdict! Maar hier maak ik in mijn enthousiasme een fout die ik daags nadien pas in zie tijdens het schrijven van dit verhaal.

Mijn weegschaal is namelijk afgesteld op een natte recovery sling. Tijdens de nacht ving ik dat kleinere schubje en was er, zoals normaal is, een waterlaagje op de bodem van de sling gekomen. Water dat normaal tijdens de volgende weging in vloeibare vorm kan ontsnappen.

Het was behoorrrrlijk fris!

Het had die nacht iets gevroren en de sling was lichtjes voorzien van een aantal ijsschilfers. Natuurlijk geen ijsbrokken van centimeters dik en geen kilo’s aan ijs. Maar correct is correct en vandaar dat ik ‘een streepje’ van het gewicht af haal en het hou op 30,1kg. Een beetje beschamend vind ik zelf, meestal ben ik heel alert en gefocust in elke situatie, maar ook ik ben niet perfect ;-)

Kaboem! Na 18 jaar is 'ie er eindelijk: De Oude Schub!

Al met al kwam mijn winteroffensief op deze manier rap ten einde. Eigenlijk nog voordat deze écht aan het rollen was. “Of ik daarvan wakker lig..?” Nee hoor, ik kan wel 10 uitdagingen verzinnen waar ik mezelf de komende maanden in kan verliezen!

Als een zaadje eenmaal geplant is…

Dat De Oude Schub 18 jaar na mijn eerste poging alsnog in het netje is gekomen is voor mijzelf iets heel bijzonders. Een monument van het Kempische Kanaal was voor (heel) even de mijne. Iets dat ik nimmer nog zal vergeten. Zo zie je maar: als een zaadje eenmaal geplant is…  ;-)

Succes deze winter!

Raf van Opstal

Ben je al KWO Member? Log dan hieronder in