Het jaar van de social – Mark Hoedemakers

Mark Hoedemakers
mark-hoedemakers-elite

Het woord ‘social’ staat in het karperwereldje gelijk aan een ‘gezelschapsessie’. Een vistrip waarbij de focus ligt op het ontmoeten van gelijkgestemden in plaats van de jacht naar kilo’s karpervlees. Onze Belgische blogger Mark Hoedemakers kan van beide facetten genieten maar terugkijkend naar 2016 heeft hij toch een fiks aantal ‘hardcore’ sessies laten schieten voor deze socials. In deze monsterblog bespreekt hij vier vistrips die zijn jaar extra glans gaven.


Episode 1 – Een nachtje met Jannico

In het vissen an sich ben ik een eenzaat. In alles rondom dat hengelen noem je me best sociaal. Wat de georganiseerde hengelsport (ik denk aan de Vereniging van Belgische Karpervissers, Sportvisserij Vlaanderen en een hele trits clubs waar ik deel van uitmaak) betreft, heb je zeker en vast nood aan een open blik en een gezonde portie sociale voeling. Maar, eenmaal achter de hengels, ben ik nog steeds het liefst moederziel alleen. Op een ondertussen traditionele weekendsessie met John van Eck na, is het karpervissen voor mezelf dan ook een individueel gebeuren. Jaar in, jaar uit.

Mark is wat karpervissen betreft een eenzaat en dat gaat hem prima af!

Uitzonderingen bevestigen echter de regel, en mede door een samenloop van verschillende afspraken en het na veel vijven en zessen prikken van lang uitgestelde gastsessies, wordt 2016 het jaar van de social!

Een nachtje met Jannico

Jannico Nugter is ooit vanuit het hoge noorden naar ons toe komen waaien. Hij maakte deel uit van een groepje enthousiastelingen die een week met hengels en haken een blitzkrieg planden op Heylakker, een thuiswater van me. Die blitzkrieg bleek maar op enkele fronten succesvol, en een vervolg drong zich op. En daarna nog een vervolg.

Mark wist op zijn thuiswater al meerdere puntgave vissen te landen, waaronder deze!

Nu hebben we binnen de club Heyvissers een erg hechte ‘harde kern’, en dragen we gezelligheid hoog in het vaandel. Ik denk dat Jannico de eerste was van de groep uit Dronten die dat in de smiezen had. Sterker nog, diep vanbinnen wist Jannico dat hij binnen de Heyvissers enkele broeders gevonden had. Dezelfde interesses, dezelfde principes en waarden, ingebed in een clubstructuur die hij niet meteen terug vond in zijn heimat. Tussen pot en pint, met de hengel als gemeenschappelijk werktuig, doen de Heyvissers niet moeilijk over een broeder meer of minder, en in afwachting van een bloedbroederschap (geen paniek, Jannico, ik bazel maar wat) namen we hem (én zijn home-made terrastafel) maar al te graag op in onze bende. Jannico voelde het aan als oprecht, en maakte met regelmaat alleen de verre rit zuidwaarts. Een priksessietje hier en daar, om het jaar te overbruggen. Jammer dat hij telkenmale na liet om ook een karper te prikken, tijdens zijn momenten aan Heylakker. Tot afgelopen voorjaar!

Jannico wist keer op keer geen vis te vangen op dit prachtige water. Zou het nu toch gaan gebeuren?

Op zaterdag voer Jannico zijn hengels uit op het ruime sop. Eentje richting het groot plateau, dat weet ik nog. Een hotspot welliswaar, maar door jarenlange stekdressuur iets minder hoog op m’n verlanglijstje dan de kleine kom waar ik me geposteerd had. We hadden dan wel afgesproken om later dit jaar een keer een weekend te vissen, echter vond ik het ’t uitgelezen moment om hem alvast een duwtje in de rug te geven voor wat zijn eerste Heylakkervangst moest worden. Zo gezegd, zo gedaan. Eén van ’s mans hengels werd opnieuw in stelling gebracht, de top wijzend naar een onderwaterjungle die eigenlijk het hele jaar door ‘karper’ schreeuwt. Op een veilige, verantwoorde afstand van deze trekpleister zonk de rig de diepte in. “De eerste is voor jou, Jannico,” sprak ik hem toe, voor we de warmte van de slaapzak opzochten.

“De eerste is voor jou, Jannico” sprak ik hem toe.

Het heeft zo moeten zijn! Die morgen, in alle vroegte, stonden we beiden met natte sokken in het grind en in het gras. Hij met een mooie spiegelkarper van bijna 20 pond. Ik met het fototoestel en een smile van oor tot oor. Het elkaar gunnen van een vis is veel waard. Zoiets besef je pas als je ’t meemaakt, én als je ’t voelt.

Eindelijk een welverdiende eerste spiegel voor Jannico!


Episode 2 – Luc de Baets en de ‘Eindelijk!-sessie’

Afgelopen winter, of hetgeen daar op moest lijken, stond ik na afloop van een weeral druk bezochte VBK-Meeting met een groepje vrienden na te kaarten. Onder hen ook Luc. We hadden met z’n allen een geanimeerd gesprek. Dat kon ook niet anders, want het ging over karpers. Luc is zo iemand die je met een opeenvolging van vaststellingen, kwinkslagen en prangende vragen met de neus op de feiten drukt dat er nog zoveel te leren is. ’t Is een meester in het analyseren van situaties, om vervolgens zeer gericht tactisch en technisch bij te sturen. Hij snapt het spelletje als geen ander en heeft de gave om zeer snel te anticiperen. Dat, de kennis van instincten en driften die eigen zijn aan vissen en een pak watersense, maakt van hem een rasvisser.

Laat het duidelijk zijn: Luc is geen held van me, noch een idool. In de karperwereld bestaan die niet. Echte helden redden mensenlevens, of zijn simpelweg groots in kleine dingen. Wij zijn gewoon vissers met z’n allen. Wel vormt Luc in z’n eentje een lijvig hoofdstuk van wat we makkelijkheidshalve maar de karpergeschiedenis van de Lage Landen zullen noemen. Naast Rini, Alijn, Joris en nog een trits andere namen, heeft Luc een bijzonder aandeel in de ontwikkeling van het karpervissen op het vaste land, en het langzaam volwassen worden van de sport. Dat we daar op z’n minst respect voor mogen hebben lijkt me logisch.

Luc vormt een indrukwekkend hoofdstuk in de karpergeschiedenis. Daar mogen we respect voor hebben!

“We moeten dit jaar eindelijk eens werk maken van een gezamenlijke sessie!” Eindelijk, het ogenschijnlijk onopvallende woord zei het allemaal. Al zoveel keer een vage afspraak gemaakt, die nooit geconcretiseerd werd. Drukke levens en de behoefte aan eenzaamheid langs de waterkant. Mensen die, op z’n Nederlands gezegd, druk zijn kennen dat wel. Met een: “Volgende week mailen we!” moest en zou het dit maal wel lukken. En zo geschiedde.

Eindelijk gaat er gevist worden!

Pinksterweekend ’16: Eindelijk!

Pinksteren verzuipt. Niet dat het regent dat het giet hoor. We zitten gewoon tot boven de enkels in het water, dat de stekken na de zondvloed die voorjaar schijnt te heten nog steeds overspoeld. Koud is het overigens ook. Zeker tijdens de nacht is een warme muts geen overbodige luxe. De beperkte oppervlakte droog land biedt net genoeg ruimte voor mijn brolly, twee stoelen en twee vissers die gelukkig zowel in lengte als breedte niet veel plaats behoeven. We zijn allebei vrij makkelijk op te bergen, moest dat nodig zijn. Beide auto’s staan met de wielen in het sop en Luc’s busje, dat ook zijn onderkomen vormt, grenst met de schuifdeur aan ons eilandje. Was het een blokhut geweest, dan noemden ze het in bepaalde sectoren een paalwoning. Betaal je behoorlijk duiten voor op vakantie, me dunkt!

Warm was het zeker niet, maar de sessie bracht mooie momenten als deze met zich mee!

De hengels verschijnen uit het foudraal en al snel brengen we vier rigs per boot naar de overzijde van de baai. Van de mogelijkheid om elk met drie stokken te vissen maken we wijselijk geen gebruik. De afspraak is om elk om beurt een aanbeet voor onze rekening te nemen. Zulks hoort ook bij het sociale aspect van een social, daar zijn we het roerend over eens! Als alle onderlijntjes op scherp liggen brengt de oostenwind ons regen. Met een fles rode wijn, een goed gesprek en een gezonde dosis vertrouwen in wat er zich onder water zal moeten afspelen deert ons dat alles behalve. Desalniettemin blijft het de hele nacht muisstil.

Vrijdagmorgen slaat er dan toch een hanger tegen de Delkim. De hengel waar ik zelf het meest van verwacht schenkt me een uit de kluiten gewassen graskarper uit de mid-dertigpondsklasse. Er huizen al vele jaren behoorlijk wat grassies in de plas, ooit stelselmatig uitgezet om de met momenten welig tierende waterpest een halt toe te roepen, en sinds een jaar of twee-drie melden ze zich ook regelmatig een keer op de kant. Vooral Robby en in tweede instantie ikzelf zijn in zowat alle gevallen de gelukkigen, en daar is het feit dat we ons beiden bij voercampagnes graag bedienen van allerhande partikels niet vreemd aan. Ik ontferm me over het beest, terwijl mijn uitgeslapen, frisse en montere vismakker de camera bedient. De goede nachtrust was in Luc’s geval welgekomen, na enkele slapeloze etmalen. Als even later de langgerekte duikboot terug het ruime sop kiest, is voor mezelf de tijd gekomen om koers te zetten naar school, waar ik in de namiddag nog twee lessen moet geven. Luc heeft enkele uren het rijk voor zich alleen en verdiept zich in een goed boek.

Regelmatig bezoeken graskarpers de mat en ook deze sessie is dat niet anders!

Wanneer ik omstreeks 18:30 opnieuw arriveer is mijn vismaat helemaal zen. Ondanks het gebrek aan kromme hengels heeft Luc zichtbaar genoten van de rustige namiddag in het lentezonnetje. Hij heeft met behulp van de boot ook nog wat gezocht naar bijzonderheden in het bodemverloop nabij het eiland, dat met zijn imposante, uit de kluiten gewassen Maasstenen en statige berken een ansichtkaart op zichzelf is. Voor vissers dan toch.

De avond valt en ik stel namens Pilaar de vraag aan Luc of hij het ziet zitten om een keer door MP en MH gekidnapped te worden, om er meteen bij te vertellen dat het over vissen gaat en dat elke vrees voor darkrooms of vunzigheden ongegrond is. Al zal hij wellicht wel aan de junkfood moeten. Dat dan weer wel. Luc glimlacht en mompelt vervolgens iets dat hij te oud is geworden voor zo’n ongein. Ik zoek en vind er het positieve in. Zulks noemt men waardig ouder worden, iets wat bijvoorbeeld een Theo Pustjens vreemd is. Die stort zich als bijna zestiger nog met regelmaat in gekke avonturen en is – nu ik er toch over begin – ook niet vies van een partijtje dwangarbeid. “Alles voor de club!”

Alles voor de club!

We keuvelen over de Liefde met hoofdletter, en hoe leeftijd hier wel een absoluut relatief begrip is. Zelf ben ik ooit letterlijk omschreven als ‘in alle facetten ok, maar tien centimeter te klein’, door een lief uit lang vervlogen tijden. En dan heb ik het niet over mijn mannelijkheid… Luc speelt, zoals ik reeds schreef, in dezelfde gewichts- en lengteklasse en weet dus ook in dit soort heikele kwesties de klepel hangen. Zelf heeft hij het geluk met een horde vlinders opgescheept te zitten die qua omvang te groot zijn voor z’n buik. Alles is liefde momenteel, alles is vogelzang. Zonne- én maneschijn. Ik ben blij voor hem.

Weer produceert de stek niets tijdens de donkere uren. Weer slapen we heerlijk op onze door water omgeven bult. Vlak na dageraad is het Luc’s beurt om een krom trekkende hengeltop te temmen. Een spiegeltje dat zich liet strikken aan een van een pineapple pop-up met een vleugje boterzuur voorziene chodrig, was voor even van hem. Vlak na het middaguur – ik had net een lekkere steak verorberd – mocht ik weer de strijd aangaan met een graskarper. Dit exemplaar koos als een pijl uit een boog het ruime sop, en pikte terloops een uitstaande lijn op. Ach, er zijn ergere dingen dan dat.

In de ochtenduren wist Luc deze puntgave spiegel te strikken!

Ik stel een simpele vraag over de edele hengeldiscipline die wedstrijdvissen heet, en krijg van Luc een simpel antwoord van dik drie kwartier. Stekopbouw, tactisch voeren, vissen laten hergroeperen na enkele vangsten en uiterst doordacht met je hengel omgaan. Er zit verdorie meer in dat wedstrijdvissen dan ik dacht. Verdomd veel gelijkenissen met dat karpervissen van ons. De belangrijkste les van vandaag: met een open blik zie je meer!

Die avond brengen we in de praktijk waar we het een week geleden telefonisch over hadden. Slechts één hengel wordt voorzien van een alternatieve montage, en wordt middels een simpele maar oh zo afwijkende voertactiek in stelling gebracht. Wat daarna gebeurde zou boekdelen spreken. De eerste actie volgt al snel, maar helaas schiet de vis los tijdens de dril. Dit was geheid een knappe karper, met een gewichtig lijf. Dat zag je aan alles: de trage bewegingen en het lome veren van de hengeltop, contrasterend tegen de gitzwarte lucht. Klote. Even later volgt er een herkansing, enkele uren later alweer een aanbeet en een uur daarna nog één! Een trio spiegels leveren samen met de verspeelde vis van enkele uren eerder het bewijs dat de aanpak werkt, dat het plannetje klopt.

De tactiek werpt zijn vruchten af!

En daarna, bleef het stil.

Het weer slaat om. De wind draait en komt nu vanuit het noorden. De koude regeert Pinksteren. De onvermijdelijke klad komt erin.

Hoewel we onszelf vier dagen de tijd gaven, besluiten we niet volgens het vooropgestelde plan te verkassen voor het laatste etmaal. Ondanks de niet ideale omstandigheden vingen we een handvol mooie karpers. Het is mooi geweest zo. Stoppen op een hoogtepunt noemt men dat. Laat die noordenwind maar razen, we kiezen eieren voor ons geld.

Met een stevige handdruk en een ‘tot weerzien’ beëindigen we deze social. Terug huiswaarts nu. Naar de Liefde. Mét hoofdletter.

jaarsocial-luc-05

“Stoppen op het hoogtepunt.”


Episode 3 – Een culinair steekspel met Alijn

Dag 1

Het is 11 juli, de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap, die traditiegetrouw vol-ko-men aan mij voorbij gaat. Alijn keert net terug aan wal, met in z’n handen de laatste van z’n hengels, die nu allen naar ’s mans goeddunken zijn uitgevaren. Ik help hem even met het aannemen van de stok, babbelend over de twee kois die ik net zag zwemmen onder het struikgewas in de oeverzone. Daarna pas, kwam de hartelijke begroeting. We spreken af om vanaf één stek met één rubberboot te vissen, waarna ik terug richting auto wandel om zo’n vijftien minuten later terug te keren met een volgeladen trolley. De één-boot-optie laat me toe het bij deze ene tocht te laten. Als leraar met zomervakantie mag het best ’n keer relax! Bedankt dus, Alijn!

Een lang vooraf geplande gastsessie op een eerder kleine grindafgraving gaat van start. De verwachtingen zijn hoog bij ons allebei. De hengeldruk van de laatste weken viel reuze mee, in tegenstelling tot de periode tussen begin april en half juni. Het zou prachtig zijn om op deze enkele sessie een karper te vangen uit de pakbeet dertig stuks tellende populatie. Ik kies voor twee met partikels beaasde, korte en vlijmscherpe rigjes, en een good old choddy. Teruggrijpen naar succesvolle recepten en zekerheden uit het verleden is des mensen. Gemoedsrust of zoiets. De montages van de partikelhengels zijn van het shockerprincipe. Of noem het een semi-schuivend-lood montage, het kind moet een naam hebben nietwaar. Dankzij een weinig voorkennis en wat hulp van enkele locals (you know who you are 😉 ) ligt elke val op een juist plekje.

De vallen zijn gezet en het wachten kan beginnen…

Die namiddag lukte het om met de polaroidbril enkele karpers te spotten, die – net als de kois eerder op de dag – beschutting en rust vonden onder het dichte struikgewas. Zwemmende jongeren, sportievelingen en wandelaars (al dan niet vergezeld van hun hond) vormen zomerse taferelen. Dat geplons nabij één van m’n rigs zorgt dan wel voor heel wat verstoring, toch voelt het welgekomen na een kwakkelvoorjaar dat naast een teveel aan water ook voor een tekort aan vitamine D in het bloed bracht. Summer feelings and vibes at last. U kent ’t wel.

Dat zomerse genot fungeert als achtergrondmuziek bij enkele gesprekken. Ook al spreken Alijn en ik elkaar regelmatig, zijn we met z’n tweeën steeds op één of andere in de weer voor ’t VBK en e-mailen we quasi dagelijks, je hebt altijd wel wat bij te praten, wat themaatjes om boompjes over op te zetten. De karperwereld is dan ook een boeiend biotoop vol snuiters van velerlei allooi. Tussendoor bak ik m’n biefstukje – Argentijns, voor de fijnproevers – ,verwarm ik de voorgesneden partjes barbecue-aardappeltjes en open ik een potje appelmoes, terwijl Alijn aan de eend gaat. Zelf gevangen. Die eend bedoel ik dan. Laat tien passanten punten geven op het culinaire, en ik win geheid! Met een voldaan gevoel rits ik een uurtje voor middernacht het muskietennet van de brolly dicht.

Mark scoort deze sessie hoog op het culinaire aspect!

Dag 2

Aan het einde van een slapeloze nacht gaat het steeds irritante wordende geluid van valse piepjes en nietszeggende bliepjes van de beetmelders over in een deugddoende symfonie van kwetterende vogelzang. De omgeving is in totale harmonie op deze vroege zomermorgen, en ik voel me perfect op m’n plaats. Bij de gratie van andere menselijke afwezigheid is het goed toeven in dit kader, dat vreemd genoeg atypisch is in vergelijking met de iets ruimere omgeving. Een oase is wellicht de best mogelijke omschrijving van dit alles. Een esthetisch mooi litteken op een verder weinig opvallend, doordeweeks gezicht.

Dan toch – eindelijk – het signaal dat wel gerommel van vis verraad. Eén van de partikelhengels, secuur aan de overkant gepositioneerd op een klein knikje in het steile talud, brengt me brasem. Een best exemplaar, maar toch hoop ik dat het bij deze ene blijft. Alijn vangt terloops een zeelt. Z’n vierde al. Zelfs de tijgernoten vinden ze niet te versmaden! En zo kabbelt de ochtend zomers gezapig voorbij, tot er weer een Argentijns stukje steak in de pan belandt. Die zitten namelijk per twee verpakt en kunnen er bij mij altijd wel in!

Ik hunker ondertussen naar de ontmaagding van mijn nieuwe hengel en molen combinatie. De gelikte XS1 in een driepondsuitvoering, met daaronder de pekzwarte Ultegra XTD. Juweeltjes, wachtend op actie, net als mij.

De brute nieuwe hengel-molen combinatie is nog steeds in afwachting van haar ontmaagding!

Een uurtje na mijn maaltijd schiet ook Alijn in gang. Hij wil duidelijk een deel van z’n culinaire achterstand op me inlopen, en gaat met een Mechelse koekoek aan de slag. Zelf gekocht. Ik noem het beest in kwestie doodgewoon ‘kip’, waarna er een uiteenzetting volgt over de koekoek in de pan. Het gevogelte in kwestie, zo vertelt Alijn, bezit een veel rijker smaakpalet dan een ordinaire braadkip. Het verschil in smaak van borst, bil, vleugel is bovendien veel groter bij Alijn’s koekoek dan de kippetjes die doorgaans op het menu staan. “Vergelijk het met jouw Argentijnse steak,” besluit hij. En vanaf toen was ik volledig mee met het verhaal. Volgende week proberen we Mechelse koekoek ten huize Hoedemakers.

Sparren over het culinaire aspect stond centraal deze sessie!

Met het verstrijken van het midden van de sessie, pas ik één van de drie montages aan. De  aanwakkerende wind dwars over de plas doet me besluiten de chod te vervangen door een steviger rig, beaast met een in Aminol gesoakt FU5-dumbeltje, met daarbovenop een plastic maiskorreltje voor de visuele prikkel. Het loodgewicht wordt quasi verdubbeld tot honderddertig gram, en ook deze hoofdlijn leid ik nu met een backleadje langs het kanttalud aan de overkant. De andere rigs krijgen een grondige inspectie van de haak en worden opnieuw beaast.

Deze rakker is er weer klaar voor!

Tussen de takken verderop liggen een aantal karpers te soezen. Onbereikbaar en dus op hun dooie gemak. Ze kennen het klappen van de zweep en de vangsten van afgelopen voorjaar, die in aantal doen vermoeden dat minstens de helft van de populatie dit jaar reeds minstens één maal gevangen is, hebben wellicht hun tol geëist. Als er al geaasd wordt, gebeurt dat met de grootste voorzichtigheid en het lijkt er sterk op dat heel wat openingen tussen de struiken en de weinige goed bevisbare plekken die het steile kanttalud doorbreken gemeden worden.

De karpers lijken te winnen en enkel zeelt en brasem komen tot dusver op de kant.

Voorlopig is het 1-0 voor de karpers en om dat gegeven extra in de verf te zetten, begint het in verschillende etappes te regenen. De Kreuners, een ondertussen ter ziele gegane Belgische rockband, zongen het lang geleden al: “Het regent meer dan vroeger…” Daar moeten zowel Alijn als ik het voorlopig mee doen. Met een lichtjes bijgesteld verwachtingspatroon zoeken we bij de sluimerende intrede van het duister onze bedchairs op. “Tot straks,” hou ik de hoop op een aanbeet levend. “Tot straks, Mark. En indien dat niet het geval is, hoop ik dat ik goed slaap,” antwoord mijn vismaat gevat. Gelijk heeft ie. We kunnen beiden best wat slaap gebruiken.

Dag 3

De derde dag begint een half uur vroeger dan de definitie voorschrijft. Om 23:30 zet m’n makker per luchtschip koers naar de baai aan de overzijde. Het eerste contact na het opnemen van z’n hengel wees ontegensprekelijk in de richting van karper. De hoeveelheid waterpest in deze hoek van de plas vormt al bij al nauwelijks een probleem, en vrij snel zet hij weer voet aan wal. In zijn net ligt één van de betere vissen van de plas. Een 19,5 kg wegende spiegel met een zeer karakteristieke bouw. Niet moeders mooiste, daar zijn we het beiden over eens. Laat het ons houden op ‘speciaal’. Het beest mag tot daglicht uitblazen in de zak, iets wat zijn dagelijkse routine van uren dobberen tussen de takken perfect benadert.

Niet de mooiste, maar wel een fors exemplaar!

De nachtrust wordt dit keer niet verstoord door valse piepjes en blijkbaar heeft het wennen aan het artificiële licht van de lantaarnpaal boven onze hoofden maar een nachtje nodig gehad. ’s Morgens twee vissers fris en monter: het logische resultaat! Op een brasem voor mezelf na blijft het verder stil. Het wolkendek breekt langzaam open en het fletse zomerzonnetje droogt langzaam het canvas van onze bivvies. Ik laat het me wel gevallen, droog opruimen scheelt namelijk behoorlijk wat gedoe bij thuiskomst.

Tegen het middaguur stop ik de eerste hengel in het foudraal, en enkele ogenblikken later duwen twee tevreden vissers hun trolleys over het bospad. Slechts eentje met een karpervangst, maar beiden een ervaring rijker.


Episode 4 – De jaarlijkse sessie met John

In december 2001, ik was al zo’n zes jaar karpervisser en nog een beginnend broekje (nu heb je al na twee hete zomers recht op het label ‘crack’), zag het Carpboard het levenslicht. Carpboard, behorend tot de website Karperwereld Online, was niet het eerste Nederlandstalig karperforum, maar werd wel al snel het grootste.

Koukleumen is voor bikkels…

Wat omstreeks 2000 ook een ongeschreven wet was, was dat wintervissen voor bikkels was. Stelde je een vraag over tentverwarming of erger nog: kwam je ervoor uit dat je de trotse bezitter was van zo’n ding, dan liet het vervolg niet lang op zich wachten. De digitale galg werd gehesen en vervolgens knoopte men je virtueel op. ‘Men’, dat zijn hetzelfde slag lui die nu op social media met getrokken messen wild om zich heen kappen en snijden, in de hoop alles te raken wat niet teder aan hun borst ligt. “Wintervissen,” zo zei men, “dat is weggelegd voor mannen met baarden! Voor zij die ontbering niet schuwen en zij wiens kloten het formaat van biljartballen benaderen!” Dat diezelfde kloten diep werden weggestopt in wit thermisch ondergoed, een dubbel gevoerde broek en wellicht ook een poolpak, dat scheen er weer niet toe te doen. En over die warmwaterkruik die in de krappe slaapzak pendelde tussen voeten en balzak zweeg ‘men’ ook in alle talen. Bikkels blijven bikkels. Ook op het internet.

Het vissen in de koudere maanden van het jaar is niet voor iedereen weggelegd!

Carpboard is nog steeds draaiende, zij het minder heftig, en de focus van de social media knights (in een steeds verder liggend verleden opererend onder de noemer forumridders) ligt al lang niet meer op het al dan niet gebruiken van tentverwarming in de barre wintermaanden. Sommige dingen verzeilen al eens onverhoopt in de mainstream, of dat nu gewenst is of net niet. ’t Is zelfs ooit Metallica overkomen na het uitbrengen van hun titelloze Black Album…

Het was dan ook zonder een greintje schroom dat ik twee jaar geleden, bij aanvang van de social met John op Hofstade, m’n good old Therm’x kacheltje op de al overvolle kar stapelde. John kan ook kritisch zijn als ie wil, al is ook bij hem de scherpe kant er door de erosie der jaren al flink afgeschuurd. Mijn makker’s definitie van tentverwarming was simpelweg het Colemanpitje even opzetten, tussen voeten en knieën. Toch ook stiekem die drang naar warme handen en warme testikels! Tijdens die decembersessie leerde echter ook John de geneugten kennen van een degelijke stoof, en zo bewees ik dat je ook op middelbare leeftijd nog elke dag bij kan leren!

De decembersessie werd er eentje voor echte ‘winterbikkels’!

Traditie met John

Die vrijdag in het midden van oktober draag ik goedgezind de Therm’x kachel naar mijn brolly. De hengels wijzen al statig richting waterkant en de verwachting is om al meteen bij het eerstvolgende ochtendgloren karper te netten. De omstandigheden zijn goed en ook het vertrouwen is na de twee doordeweekse voerbeurten hoog. Een week eerder kwam niet alleen de huidige topvis Lijntje op deze stek boven water, ook mijn gewilde target Mary gaf voor het eerst dit jaar teken van leven. Opnieuw tijdens de fish-in van de sympathieke Kempense club De Baitrunners, net als vorig jaar en nét op de stek die ik met regelmaat frequenteer. Het was hen van harte gegund. Ik ga gewoon verder met mijn jacht op die laatste vis van de most wanted lijst. Ze komt vast wel eens op mijn pad.

De jacht op de laatste vis van de ‘most-wanted’ lijst blijft open!

Wanneer ook John zijn rigjes naar behoren heeft gepositioneerd, arriveert Eddy met frieten en Bicky Burgers. Een traditionele, oer-Belgische maaltijd voor een ondertussen ook al traditionele gezamenlijke sessie. Na het eten vallen de eerste druppels regen uit de lucht en dat komt naar mijn gevoel niet ongelegen. Het gevolg is dat we nu wel moeten gaan schuilen in de bivvy en dan kan wat mij betreft ook het kacheltje aan. Ik heb zopas van John geleerd dat Kronenbourg een Frans bier is. Heel m’n leven al was ik in de veronderstelling dat dit een Nederlandse pils is, tot nu dus. Een overschotje van een trip naar het land van kaas en stokbrood, zo blijkt. Weer een wijsheid rijker.

Door de regen wordt er geschuild in de bivvy. Gezelligheid staat voorop bij deze sessie!

Een boek moet het worden!

De rode draad doorheen de eerste nachten van de socials met John, is filosofie. Debatteren over thema’s en themaatjes. Het soms verschillen van mening maar het verrassend genoeg bijna altijd volledig met elkaar eens zijn. Elke keer opnieuw is het een behoorlijk eind na middernacht als we de bedchairs opzoeken. En zo gaat het ook dit maal. Eddy, John en ikzelf zijn best verschillende karakters, maar eenmaal samen ontstaat er een vruchtbare akker waarin het goed verhalen poten is. Voor het juiste klimaat levert elk van ons een bijdrage, het zij met gerstenat van Hertog Jan, het zij met positiviteit of met een kritisch oog. En, zoals jullie sinds de inleiding van dit stuk weten, hou ik de juiste temperatuur in het oog. Twee jaar geleden, op ‘de beton’ van Hofstade, sprak ik tegen John voor het eerst het verlangen uit om een boek te maken ter ere van het vijfentwintigjarig jubileum van de VBK. Een gebeurtenis die ondertussen nakend is. John’s antwoord toen, was hetgeen waar ik op hoopte: “Doen! Maar wat wordt het opzet van het boek?” Hoewel ik al een goed beeld had van waar ik met zo’n project heen wou, legden we die donkere uren op die iconische stel een basis, die er nu nog steeds ligt. Vijfentwintig verhalen over evenveel karpers, die mee de geschiedenis van onze vaderlandse karpervisserij hebben gekleurd. Karpers die op de een of andere manier vissers raakten, en zo wellicht meer mensen vingen tijdens hun leven dan omgekeerd het geval is. Bij het samenstellen van het lijstje mogelijke zoetwatergiganten viel het nog eens overduidelijk op dat we in een ontzettend rijke karperwereld hebben mogen vertoeven, de afgelopen veertig jaar. Sommige vertelsels hebben al ooit een magazine of zelfs een boek gesierd, andere verhalen zijn pas jaren na dato opgetekend en verschenen nog nergens, maar allen ademen ze avontuur. Dát moest en zou het opzet zijn.

Sommige vertelsels hebben al ooit een magazine of zelfs een boek gesierd, andere verhalen zijn pas jaren na dato opgetekend en verschenen nog nergens, maar allen ademen ze avontuur.

“Ik moet er ook maar eens aan beginnen,” sprak John toen we het hadden over welke hoofdstukken al aangeleverd zijn, en welke nog niet. “Zelf moet ik ook nog de eerste letters schrijven,” stelde ik hem gerust. John gaat voor zijn eigen bijdrage terug naar de jaren ’90. Naar zijn jacht op de Leder van Hofstade. Mijn verhaal situeert zich bijna twintig jaar later in de tijd, toen ik op Sinterklaasdag van 2013 Bizon mocht omarmen. De andere hoofdrolspelers van het op stapel staande boek hou ik nog even voor mezelf, maar het is een allegaartje aan karpers uit vier verschillende decennia, van kanaalvissen tot plas- en syndicaatbewoners. Verschillende watertypes die samen de blauwdruk vormen van onze Vlaamse visgronden. Voor zij die van karperboeken houden: op de VBK-Meeting van 2017 zal deze boven het doopvont worden gehouden, om ‘m meteen daarna te slijten aan al wie er eentje wil. Zover zijn we echter nog niet. Nu wordt er gevist en na een avond met z’n vieren in m’n brolly (ook Marc kwam poolshoogte nemen, dat heb je in een sociale club) snak ik letterlijk naar een beetje slaap. John, Eddy en Marc vinden het een uurtje na mijn zwanenzang ook welletjes en zoeken ook elk hun bedstee op.

Lang duurt mijn nachtrust niet, en maar goed ook! Net voor het begint te schemeren vang ik een klein spiegeltje van 5,5 kilogram. Hij liet zich verschalken tegen de oever nabij de afgezaagde boomstam, een hotspot die er bij intimi om bekend staat in de vroege uurtjes van de dag productief te zijn. Ik ben maar al te blij met de vangst, en zak de vis tot straks ook John boven water is en we gaan ontbijten.

Deze kleine rakker liet zich vangen…

…nabij de hotspot met een afgezaagde boom!

Discus!

Enkele uurtjes later gaat het spiegeltje op de foto, en bereikt ons ook heuglijk nieuws vanop de Kabouterstek. Peter Nys, die dit jaar als eerste de pas ingevoerde rotavergunning kreeg, vist ook een gezamenlijke sessie met z’n makker Nico. Op het wijd wist hij Discus vanaf één of andere richel te prikken. Een uiterst moeilijke klant die zich weer twee en een half jaar wist te verschansen. In het voorjaar van 2014 was ik de laatste die haar wist te verleiden tot een aanbeet met gevolgen. Haar retraite was alles behalve een hongerstaking of dieet, want een groei van vier cm en bijna vier kg is niet mis als je weet dat 2015 een jaar was waarin zowat elke karper status quo bleef inzake afmetingen, een uitzondering (zoals Belus) buiten beschouwing gelaten. We zijn oprecht blij voor Peter, en ook opgetogen over alweer een opzienbarende vangst tijdens de laatste paar weken. Een voorjaar en zomer lang was het voor iedereen bikkelen en werken voor een vis, en kwam er met een afgepaaid Lijntje maar één echte topvis op de kant, en nu kan het al drie weken niet op! Niet dat gewichten zaligmakend zijn en dat een seizoen zonder zwaargewichten minder waarde heeft: dat is pertinent onwaar. We beseffen echter wellicht allemaal dat speciale vissen garant staan voor spanning en avontuur. Toen ik jong was en mijn eerste stapjes zette met zoete maïs uit blik, vanilledeeg, broodkorsten en boilies, was een karper van twintig kilogram iets onbereikbaars. In de jaren ’90 was dat een magische grens en voor mijn gevoel is het dat nog steeds. Een karper van tien kilogram is al een flinke knaap, eentje van vijftien kilogram is groot en vanaf twintig kilogram sta je in mijn beleving te boek als bakbeest. En daar zal het huidige karpercircus niets aan veranderen…

De karpergigant met de naam ‘Discus’ wist zich maar liefst 2,5 jaar schuil te houden!

De ochtend kabbelt voort. Jelle komt op bezoek en haalt met John oude koeien uit de sloot. Koeien uit de weides langs de Schaapskuil, uit lang vervlogen tijden toen John de Eburoon op zijn verlanglijstje had staan. Mythisch, de perfectie benaderend creatuur dat vissers evenveel dromen als nachtmerries heeft bezorgd. Hoe het ongrijpbare voor tweespalt kan zorgen in je gedachten. Twee flesjes Hertog Jan volstonden toen voor een puberende Jelle om in één klap heel wat ouder en wijzer te worden. Pas nu hoor ik dat John er zowaar een schuldgevoel aan had overgehouden. Ik dacht dat ie meer van het ‘al doende leert men’ slag was. Jelle scoort op onze stek een ontbijt in de vorm van ’n Johnybroodje, als goedmakertje voor het ongemak, zij het vele jaren na dato, om even later met een volle maag koers te zetten naar het water. Ook hij gaat vissen.

Aan gezelligheid geen gebrek deze sessie!

De dag vordert snel en voor we het goed en wel beseffen zakt de zon achter de einder. Rigs worden onderworpen aan een kritische check-up en haakaasjes worden ververst. Met behulp van rubberboot en dieptemeter belandt alles weer op de juiste plekjes. Voeren doen we spaarzaam doch tactisch, en de hoop op een volgende vangst laait op. Heylakker is een plas die in de namiddaguren zelden of nooit karpervangsten laat optekenen in het logboek. De nachten en vooral de ochtenden: moneytime! Vandaag kruipen we, in tegenstelling tot een etmaal geleden, voor middernacht onder de wol, om ’s ochtends te moeten besluiten dat de karpers dit keer verstek gaven. Ook aan de overkant, bij Peter en Nico, valt eenzelfde verdict.

jaarsocial-john-04

De sessie bevatte niet alles, maar wel veel!

Het is bijna noen als ik m’n trouwe Therm’xje naast de andere spullen in de auto zet. Deze sessie met John had alles wat je van een social mag verwachten. Of nee: misschien niet alles, maar toch veel! Ook al bleef mijn makker’s schepnet droog, we hebben ervan genoten met volle teugen, en dat zullen we een volgende keer opnieuw doen. Tegen die tijd zal er weer een jaar verstreken zijn, en staat er een levering boeken klaar. Een levering ‘Zilver’.

Mark Hoedemakers



Er zijn geen reacties

Voeg je reactie toe