KWO Rigtalk: Basics van Bodemaas – Bart van Bezouw – Deel 2

KWO Redactie
bart-van-bezouw-basics-van-bodemaas-2-header

In het vorige deel van zijn drieluik vertelde Korda man Bart van Bezouw over het belang van je rig aanpassen naar de situatie en over aasgedrag. In dit tweede deel gaat Bart dieper in op de werking van de onderlijn en de verschillende materialen die je kunt inzetten bij het maken van je onderlijn.


Bart aan het woord: In het eerste deel van dit drieluik hebben we even kort gekeken naar de zaken die invloed hebben op het aasgedrag van de karper. Deze informatie zal je helpen een hoop zaken die onderwater afspelen een stuk beter te begrijpen en uiteindelijk resulteren in beter gehaakte vissen. Moet ik daar nog aan toevoegen dat je op de eindstreep dus ook vaker met een mooie karper op de foto kan gaan? 😉

Kennis over het aasgedrag leidt tot beter gehaakte en dus gelande vissen!

Zelfhaakmontages

Onze zelfhaakmontages zijn er op gericht dat een vis zichzelf prikt op de weerstand van het lood. Om dit voor elkaar te krijgen moet er aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Op het oog een aantal open deuren, maar in de praktijk blijkt het allemaal lang niet zo vanzelfsprekend te zijn. Een aantal voorwaarden:

  • De rig moet onder water in een positie liggen dat de vis het haakaas kan opnemen
  • De haak moet bij opzuigen van het aas in de bek van de vis komen
  • De haak moet scherp genoeg zijn om in te dringen in de karperbek
  • De haak moet voldoende inhakingsruimte hebben om te prikken
  • De vis moet het aas en de haak niet uitspugen voordat hij door de weerstand van het lood gehaakt is

Eén van de belangrijkste zaken is dat de haak die bek in gaat!

De werking van de onderlijn

Zoals gezegd is het (aas)gedrag van karpers afhankelijk van verschillende factoren waarvan we er een aantal kunnen beïnvloeden of beredeneren. Op basis daarvan starten we met een bepaalde onderlijn en zullen we vervolgens constant moeten blijven aanpassen om een zo optimaal mogelijke onderlijn te hebben voor de situatie waarin jij op dat moment vist. Om dit voor elkaar te krijgen kunnen we de onderlijn op een aantal (hoofd)onderdelen aanpassen:

  • Onderlijn lengte (en gebruikt materiaal)
  • Haaktype
  • Buiging van de krimpkous
  • Lengte van de hair

Blijven optimaliseren is het advies van Bart!

Onderlijn lengte

Met onderlijn lengte bedoel ik de effectieve lengte van een onderlijn. Wanneer jouw onderlijn wegzakt in zachte bodem dan zal jouw effectieve lengte afnemen. Vis je op een harde bodem, dan zal jouw gehele onderlijn lengte effectieve lengte zijn. De onderlijn lengte heeft invloed op hoe makkelijk en hoe diep de vis het aas met de haak kan opzuigen en hoe snel de haak na het opzuigen en wegzwemmen vlees pakt. Hoe langer je onderlijn, hoe makkelijker en dieper de vis het aas inclusief haak kan opnemen.

De effectieve lengte van de onderlijn maakt een groot verschil!

Hoe korter je onderlijn hoe sneller de onderlijn bij het opzuigen gestrekt ligt. Het gevolg van een (te) korte onderlijn kan zijn dat de vis het aas probeert op te zuigen maar dat dit mislukt doordat de onderlijn gestrekt is voordat de haak in de bek terecht kan komen. Als je onderlijn (te) kort is kan deze ook geheel wegzakken in een zachte bodem of in wier, waardoor je haakaas niet meer op te nemen is door de karper.

Op een wierrijk water bevond zich een schone strook met een harde bodem. Een kort rigje zorgde voor deze mooie vis!

Keerzijde

De keerzijde van een lange onderlijn is dat het ook langer duurt voordat deze zich strekt en de haak dus vlees pakt. Dit kan er voor zorgen dat de vis het aas uitspuugt voordat hij gehaakt wordt. Een kortere rig strekt zich sneller en zal dus eerder vlees pakken waardoor de kans dat de vis het aas uitspuugt kleiner wordt.

Een kortere rig strekt zich sneller en zal dus eerder vlees pakken.

Het gebruikte onderlijnmateriaal heeft ook impact. Hoe stijver het onderlijnmateriaal, hoe minder bewegingsvrijheid en hoe groter de kans dat de vis het aas niet effectief kan aanzuigen. Wanneer dit aanzuigen wél lukt zorgen de stijve eigenschappen er ook voor dat de onderlijn zich sneller strekt en dus eerder vlees pakt, waardoor de kans op uitspugen kleiner wordt. Als basis start ik vaak met een onderlijnlengte van circa 17 à 18 centimeter. Vanuit hier ga ik aanpassingen doen op basis van de situatie. Inkorten doe ik vaak tot maximaal zeven centimeter en verlengen tot maximaal 30.

Een soepel onderlijnmateriaal geeft maximale vrijheid tijdens een aasopname.

Haaktype

In de markt zijn enorm veel verschillende soorten haken te verkrijgen. Wanneer we de haken echter wat beter bekijken dan kunnen we ze opdelen aan de hand van een aantal kenmerken:

Haakpunt

De haakpunt van een haak kan recht zijn of naar binnen gebogen. Hoe rechter te haakpunt, hoe sneller deze vlees zal pakken in de karperbek. Een kromme haakpunt zal dus minder snel vlees pakken. Een positieve keerzijde van een dergelijke kromme punt is wel dat hij vaak beter houvast heeft in de karper bek wanneer deze eenmaal vast zit.

De ene punt is duidelijk de andere niet!

Lengte van de haaksteel

Hoe langer de steel, des te sneller hij zal indraaien in de karperbek en hoe sneller daarmee de eerste prik tot stand komt. De keerzijde van een lange haaksteel is echter dat hij tijdens de dril in de bek als een hefboom kan werken waardoor de drileigenschappen van een haak met lange steel weer minder goed zijn.

Er zit een groot verschil tussen steellengtes en haakbochten.

Inhakingsruimte

De inhakingsruimte is een lastig begrip. Makkelijk gezegd is het de rechtstreekse afstand tussen haakoog en punt van de haak. Hoe groter deze is, hoe makkelijker en sneller de haak vlees pakt en dus prikt. Haakformaat is ook van invloed op inhakingsruimte: hoe groter de haak, hoe groter de inhakingsruimte!

Hoe groter de haak, hoe groter de inhakingsruimte!

Scherpte

Het is vanzelfsprekend dat een haak scherp moet zijn om te prikken. Met scherp bedoel ik dan ook écht scherp. Zonder te drukken moet deze blijven plakken in de nagel van een vinger. Gebeurt dit niet, dan kan je een nieuwe pakken of hem lichtjes bijslijpen. Let overigens wel op dat machinaal geslepen haken vaak zo scherp en dun zijn dat je de nagel proef beter achterwege kan laten. Even in je vel prikken en goed naar de haakpunt kijken is dan een betere methode om de scherpte te testen.

Machinaal geslepen haken zijn extreem scherp. Test deze daarom niet op je nagel, maar (voorzichtig) in je vel.

Buiging van de krimpkous

Met het gebruik van krimpkous kan je de snelheid van indraaien van je haak beïnvloeden. Met krimpkous kan je je haaksteel verlengen of je haakpunt afschermen. Het verlengen van de haaksteel zorgt er voor dat de haak sneller vlees pakt, het afschermen van de punt door de krimpkous af te buigen zorgt er voor dat de haak later vlees pakt.

Een te erg afgeschermde haak, zoals de onderste rig op de foto, geeft een grote kans op lossers.

Lengte van de hair

De lengte van de hair heeft invloed op de bewegingsvrijheid van de haak. Hoe langer de hair hoe meer bewegingsvrijheid de haak heeft om te draaien en te prikken. Hoe langer de hair hoe groter echter ook de kans dat het aas wordt opgezogen zonder dat de haak in de bek van de vis komt voordat de onderlijn zich strekt. De lengte van mijn hairs varieer ik tussen de 0,5 en 2 centimeter tussenruimte, afhankelijk van de rest van de onderlijn.

De lengte van de hair heeft behoorlijk wat invloed op de bewegingsvrijheid van de haak!

In het volgende laatste deel van dit drieluik gaan we kijken hoe we deze eigenschappen kunnen combineren plus aanpassen aan de heersende omstandigheden. En dat is waar je echt het verschil kan maken!

Tot de volgende blog!

Bart van Bezouw


Wil je meer weten over de materialen die Bart inzet in zijn eigen visserij? Bekijk dan de website van Korda en vergeet ook niet om de Facebookpagina te volgen om op de hoogte te blijven van de laatste nieuwtjes!



Er zijn geen reacties

Voeg je reactie toe