New adventures in camouflage – Mark Hoedemakers – Blog

Mark Hoedemakers
Mark Hoedemakers Blog Karpervissen Voorjaar Avontuur Header

In de vorige blog ging het over de afsluiting van 2018, nu neemt Mark Hoedemakers jullie mee naar de maanden april & mei van 2019. Zijn jullie weer klaar voor wat Belgische poëzie? 😉


De winter van ‘18-‘19 sloop voorbij op haar sokken. Voor ik het wist was het lente en was zelfs maart al geschiedenis. Zegswijzen die erop neer komen dat ‘tijd vliegt’ en clichés die tieners wijs willen maken dat hoe ouder je wordt, hoe sneller dagen, weken, maanden en zelfs jaren lijken te verlopen: alles is waar. Keiharde realiteit die je confronteert met het feit dat je maar beter kan genieten van elke dag. Of dat nu bij je geliefden, op je werk, onderweg naar god-weet-waar of in het geval van ons, vissers, aan de waterkant is. Genieten verdomme!

Een dikke bak die het vorige voorjaar werd gevangen.

Het zou zonde zijn om op je ouwe dag straks de balans op te maken en tot de trieste vaststelling te komen dat je je tijd hebt liggen verkwanselen aan negativisme. Of aan ziektes van de tijd. Jazeker, die bestaan ook en wel in alle vormen en maten. Een goede tip die niks met rigs, voerstrategieën of verborgen schatten onder water te maken heeft: laat je niet besmetten door ziektes van de tijd. Ze zijn in elk geval tijdverlies.

Laat je niet besmetten door ziektes van de tijd!

Sinds ik de schoolbanken ben ontgroeid heb ik zelf steeds volop de kaart van het verenigingsleven gekozen. Van het samen de schouders zetten onder streefdoelen of gewoonweg de goede zaak te zetten. Naast levenswijsheden die geen school je kan leren, unieke en onbetaalbare vriendschappen, onuitwisbare gebeurtenissen en avonturen, heeft me dat ook van tijd tot tijd mooie uitdagingen gebracht. Als je het toelaat, neemt het leven je mee op tochten waarvan je wel het begin, maar niet het eindpunt kent. Heerlijk is dat. Naast een engagement dat ik momenteel aan mag gaan voor de gemeente waarin ik leef, brengt ook het karpervissen me op nieuwe oevers. New adventures in camouflage!

New adventures in camouflage.

Andere wind, andere aanpak

Halverwege april trek ik weg van vertrouwde gronden in de Maasvallei naar de stille Kempen. Een paar jaar focus op Heylakker bracht me al snel het hele kransje topvissen op de mat, op die ene na. ‘Mary’, ondertussen door haar virtuele passage in het TV-programma ‘Alloo in de Nacht’ wellicht de beroemdste Belgische karper bij niet-vissers, is al zo lang onberekenbaar dat ik tot het besef ben gekomen dat het wellicht beter is om andere lucht op te snuiven.

Time is money, alles heeft z’n plaatsje.

Er is zo goed als geen touw te knopen aan haar gedragingen en gewoontes. In tegenstelling tot enkele andere karpers aldaar, die wel gericht te bevissen en schaakmat te zetten zijn, is een berekende strategie om haar achter de vinnen te zitten eerder een gok dan een plan met veel kans op slagen. Mocht mijn naam onverhoopt toch op een van haar schubben staan, dan zal dat alsnog moeten blijken tijdens een instant sessietje of een korte blitzkrieg met veel voer en vistijd gedurende een handvol weken. Dat zien we dan wel weer, als het zover is.

Er is zo goed als geen touw te knopen aan haar gedragingen en gewoontes.

Het voorjaar is nog pril en de vrij diepe plas warmt slechts gestaag op. Met een watertemperatuur die met de grens van 10 graden flirt, ga ik een eerste keer te water op zoek naar een drietal plekjes om rigs te droppen. In het beste geval gebeurt dat in de buurt van karpers, maar die zijn vooralsnog spoorloos. Vlijmscherpe chodjes met kleine, maar boterzuur meurende pop-ups zweven boven subtiele bedjes zoete maïs en her en der verspreide boilies. Moet kunnen, want witvis zwemt hier niet. Trust me, niet eens nauwelijks. Simpelweg niet.

Weapons of choice.

Het is wennen. Wennen aan dit nieuwe water. Wennen aan mezelf. Na enkele jaren in een vertrouwde omgeving te hebben vertoefd is het letterlijk een nieuwe confrontatie met een gevoel van eenzaamheid aan de waterkant. Best leuk want het brengt ook meteen herinneringen aan lang vervlogen tijden terug. De plas van ‘Oranje Parels’ staat daarin met stip op één. Verdwijnen in het struikgewas tussen een soort van overzichtelijke en gaandeweg ook geruststellende wildernis, dat deed ik toen. Tijden die al zo’n 15 jaar achter me liggen. Hier bekruipt me lang niet hetzelfde gevoel. Gerodeerd door het leven en twee en een half decennium karpervissen. Dan ben je al best wat gewend en raakt de echte verwondering wel ’s zoek.

Na enkele jaren in een vertrouwde omgeving te hebben vertoefd is het letterlijk een nieuwe confrontatie met een gevoel van eenzaamheid aan de waterkant.

Voor me uit starend in de schemering merk ik op hoe rustig het hier is. Een heerlijk samengaan van een loofbos met ’n naaldbos. Een jaarlijks ontluikend, bloeiend en weer afstervend bladerdek versus het eeuwige groen. Zolang die eeuwigheid bestaan mag natuurlijk. De stilte wordt enkel doorbroken door vogelzang en maakt deze voorjaarsavond tot een perfect harmonieus tafereel. De zon zakt definitief weg en ik laat me onderdompelen in wat later zou blijken als een van karper verstoken nacht. Ach, ik heb wel ’s meer geblankt tijdens een eerste uitje van een nieuw hengeljaar.

Wat een rust!

Sessie nummer twee dan maar, een weekje later, in de laatste week van april. Een van de drie rigs vaar ik uit naar een nieuwe plek, en voor wat de twee andere betreft hou ik halsstarrig vast aan m’n goed gevoel van vorige keer. Het is merkbaar warmer en dat wordt ook door m’n dieptemeter bevestigd. De populatie lijkt ondertussen ontwaakt te zijn door de stijgende temperaturen, want de nacht brengt me maar liefst twee karpers op de kant. Een klein schubje luidt rond middernacht de middelste bel, en een prachtig getekende spiegel laat omstreeks 02:30 de top van de meest rechtse hengel krom staan.

Een mooi schubje die op 1,5 meter diepte werd gevangen.

De verwachtingen staan meteen hoog gespannen maar bij het krieken van de dag staat de teller helaas nog steeds op twee . Het holst van de nacht bleek voor deze sessie money time. Beide vissen werden trouwens gehaakt op zo’n anderhalve meter water. De rig op twee meter waterdiepte bleef onaangeroerd. Of dat aan die extra halve meter diepte lag, of aan de zone waarin de montage dit keer werd gedropt, dat zullen we nooit weten. Tevreden pak ik in en keer ik huiswaarts, naar vrouw en kinderen. En ook de dagdagelijkse plicht roept.

Een puzzel met voldoende stukken om het interessant en uitdagend te houden.

In de daarop volgende dagen plant Dennis, die ook zijn pijlen op dezelfde doelen richt, een paar sessies van telkens een etmaal. Met succes! Ook hij weet twee karpers te verleiden en p(r)ikt er meteen twee van de zes hoofdprijzen tussenuit. Good angling! Ook schaakmat gezet op de meest ondiepere zones van het schaakbord. De plas kent overigens behoorlijk wat grillig diepteverloop. Dat wordt nog een leuke visserij verderop in het jaar. Veel opties, veel kans op tegenslag en succes. Een puzzel met voldoende stukken om het interessant en uitdagend te houden.

Een spiegel om vingers en duimen van af te likken.

Sessie na een ‘kermisvergadering’

De maand mei breekt aan. Wat reeds jaren met stip op één staat als het gaat om dikbuikige, met kuit gevulde dames en boordevolle hommers aan de schubben te komen, zal nu een periode zijn waarin de factor geluk meer dan ooit mee zal spelen. Tijd is schaars, en voor wat die handvol te plannen momenten betreft: laat ons hopen op ‘the right time in the right place’… Op donderdagavond 2 mei staat er een vergadering met kermiskramers in de agenda.

De maand mei breekt aan, wat reeds jaren met stip op één staat als het gaat om dikbuikige, met kuit gevulde dames.

Ik prik een kort nachtje vlak daarna en na een op z’n minst gezegd “geanimeerd overleg” arriveer ik om 22:00 u stipt aan de verlaten veldweg die me naar het water leiden zal. De dag voordien lichtjes aangevoerde plas blinkt in het schemerlicht. Ik kan amper wachten om opnieuw een van haar schatten boven te halen en breng alle spullen zo snel als mogelijk in gereedheid. Een kritische blik op de haken rondt het optuigritueel af, waarna de boot met een welgemikte duw het ruime sop kiest.

Een moment om te genieten…

Op aanraden van Brecht deponeer ik een rig – diegene die nog geen vis op de kant bracht in de luttele tijd die ik hier al spenderen kon – op een nieuw plekje. Een in oppervlakte eerder beperkte diepere zone van zo’n 2,5 meter tussen twee ondiepe plateaus. Noem het gerust een gat. Tijdens het uitvaren van het laatste haakaasje merk ik een koi op, op enkele meters van de rubberboot. Ik zet de motor uit en sla het beestje enkele minuten gade. Schrik heeft die niet. Hij of zij zwemt rustig aan de oppervlakte, klaarblijkelijk zonder een doel. Een nachtelijk uitje misschien? Hopelijk gaat die straks azen op het in de buurt gedekte tafeltje…

Hopelijk gaat die straks azen op het in de buurt gedekte tafeltje…

De nacht verloopt wederom in alle rust. Maar het schijnt dat er hier weleens everzwijnen rond razen, maar daar heb ik nog niets van gemerkt. Laatst was er een buurtbewoner die me er attent op maakte. Hij was zelf op zoek naar sporen, uitwerpselen of andere aanknopingspunten. Ieder z’n meug. Ik heb overigens geen ambitie om in het pikdonker oog in oog te staan met zo’n wildebras. Geen zin in chaos en schade aan lijf, leden of spullen. De ochtendstond bracht me gelukkig wel actie.

Dit zien we maar al te graag 😉

De waker zakte enkele centimeters naar beneden en de lijn viel slap vanaf het topoog van m’n splinternieuwe TX-4, een boothengel van 10 ft. Drilt leuk én makkelijk want met zo’n korter hengeltje krijg je de karper tot vlakbij de boot, waardoor het scheppen (ook met een kortere schepnetsteel) als vanzelf gaat. Het gemak dient de mens. Na het binnen draaien van zo’n 200 meter lijn, de motor op volle kracht, gaat de laatste 50 meter uitstaande braid niet van een leien dakje. De karper aan de andere kant gaat als een woesteling te keer. Dat het geen gigant is heb ik al een tijdje door, maar ondanks dat heeft die wel zin in een uitputtingsslag van heb ik jou daar!

Als ik eindelijk het net onder een fraai uitziende spiegel kan steken, wordt het pleit definitief in mijn voordeel beslecht. Met z’n 6,2 kilogram wordt het vermoeden van een kleiner exemplaar bevestigd, maar wat als deze rakker groot is straks?! Dan neemt die je op sleeptouw en beukt hij geheid doorheen het zoete sop, alsof het niets is. Hulk in grijs-, wit- en geeltinten.

Wat een kleuren heeft deze vis.

Bij het inpakken besef ik dat de komende tien dagen weinig tot geen ruimte bieden om nog een nachtje en ochtend te prikken. Gelukkig voorspellen ze dat de koude periode met gure wind en nachtelijke temperaturen die eerder richting 0 dan 10 graden gaat nog even zal duren. Een geluk bij een ongeluk. De weersomstandigheden laten me toe wat tijd te kopen. Liefst kom ik nog enkele karpers aan de schubben of het leder voor de paai losbarst. Vlak voor de daad die zorgt voor nageslacht en in het late najaar zijn ze op hun mooist. Net dan vang ik ze ’t liefst. Halverwege mei is er een gaatje in de bomvolle agenda. Dan zal ik er zijn! Hopelijk zijn zij er dan ook…

Mark Hoedemakers


Nieuwsgierig naar nog de vorige blogs van Mark? Klik dan hier!



Er zijn geen reacties

Voeg je reactie toe